Is er iets met uw boom? -under constuction-

Hier zijn elke voorbeelden van zieke bomen die in Nederland voorkomen.

Iep:

De iepziekte is een ziekte onder iepen, veroorzaakt door de schimmels Ophiostoma ulmi en Ophiostoma novo-ulmi. De schimmel groeit in houtvaten van de boom. De boom produceert als reactie thyllen, een gomblaas om de groei van de schimmel te stoppen, maar daardoor raken die vaten ook verstopt. De schimmel kan van het ene houtvat in het andere komen waardoor er zoveel houtvaten verstopt raken dat de boom afsterft. De schimmel wordt verspreid door de grote en de kleine iepenspintkever.

                                        

De volwassen kevers voeren een rijpingsvraat uit aan de okselknoppen van gezonde bomen. Ze brengen zo een infectie tot stand. In zieke, reeds aangetaste bomen, zogenaamde broedbomen, leggen ze hun eieren in een gang onder de bast.

Kastanje:

Bij de paardenkastanjes in Nederland heerst sinds enkele jaren een dodelijke ziekte, die snel om zich heen grijpt. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie. De bomen vertonen eerst bruine plekken op de stam, waar bruin vocht uit loopt. In een later stadium treden er bastscheuren op en uiteindelijk sterft de boom.

             

Er is een landelijke werkgroep in het leven geroepen, de werkgroep Aesculaap, die de oorzaak van de ziekte probeert te achterhalen. Zij probeert ook oplossingen te vinden om de kastanjeziekte te bestrijden. Op hun website is actuele informatie te vinden over deze kastanjeziekte: www.kastanjeziekte.wur.nl.

Eik:

Sinds 1987 vormt de eikenprocessierups een jaarlijks terugkerend probleem in een groot deel van Nederland. Van mei tot in juli gaat de eikenprocessierups op eikenbomen in processieachtige colonnes op zoek naar nieuwe eikenbladeren; vandaar de naam eikenprocessierups. Gedurende deze periode verspreidt de rups brandharen die bij mensen ernstige irritaties kunnen geven. Ook eikenbomen kunnen schade oplopen door vraat van de rups.

Link

            

Beuk:

De beuk kan aangetast worden door het meniezwammetje, bastkanker, roetdauw en Apiognomonia errabunda die necrotische vlekken veroorzaakt.
Verder kan de beuk last hebben van de
beukenbladluis, wollige beukenluis, de beukenspringkever, de galmijt en verschillende galmuggen zoals Mikiola fagi.

              

Berk:

Berken kunnen aangetast worden door bladroest dat gele vlekjes op de bladeren en vroegtijdige bladval veroorzaakt. Een andere schimmel groeit in de schors en zet de berk aan tot het maken van veel twijgen. In berken zijn daarom soms dikke takkenbossen te zien die op vogelnesten lijken. In de volksmond worden deze heksenbezems genoemd.                                                         

           

De berkenzwam komt alleen op berken voor. De berkenwants zuigt uit het floeem assimilaten op. Ook de jonge dieren leven van deze plantensappen. Ook kan de boom aangetast worden door kanker.

Populier:

Aantasting door de roestschimmel is te herkennen aan de gele vlekjes op de onderkant van de bladeren die meestal in juni al verschijnen. De aantasting begint onder in de kroon en gaat langzaam omhoog. In het najaar verschijnen op de bovenkant van de aangetaste bladeren bruin-zwarte korstjes. Bij sterke aantasting kan het blad verdorren en voortijdig afvallen. Bij vroege, heftige bladval vormt de boom soms nieuw blad in hetzelfde jaar.

             

Wilg:

De belangrijkste ziekte is de watermerkziekte, die de vaten verstopt, waardoor delen van de boom of gehele bomen afsterven. Op de grens van levend en dood hout ontstaan bossige vormen van waterlot. Bij de teelt van tenen kunnen insecten heel wat schade aanrichten.

            

Plataan:

De plataanvouwmijnmot is het beste waar te nemen als rups. De rupsen maken duidelijk zichtbare vraatsporen in de bladeren van de plataan. De soorten waarvan de rupsen in bladeren van bomen en planten leven, noemen we bladmineerders. Elke bladmineerder heeft zijn eigen karakteristieke vraatbeeld. 

               

Acacia:

Met de robinia of valse acacia wordt in Nederland en Vlaanderen meestal Robinia pseudoacacia bedoeld.

          

Robinia wordt als parkboom veel in steden aangeplant, omdat deze plant niet alleen als een mooie verschijning met mooie bloemen wordt gezien, maar ook goed tegen vervuiling is bestand. Als productieboom levert hij hardhout van duurzaamheidsklasse 1, met een zeer hoge weerstand tegen aantasting door insecten en rot. Het kernhout van de robinia is bruinig tot groenig geel, het spinthout is wit en slechts enkele jaarringen dik.